Landelijke invoering digitaal procederen (KEI) in handelsvorderingszaken gaat niet door

Landelijke invoering digitaal procederen (KEI) in handelsvorderingszaken gaat niet door

04/07/2018 -

De landelijke invoering, die gepland stond voor eind 2018, van digitaal procederen in handelsvorderingszaken gaat niet door. Vandaag maakte de Rechtspraak dit bekend. Onder andere de doorontwikkeling van het platform en de manier van werken voor rechtbankmedewerkers liggen ten grondslag aan dit besluit, aldus de Rechtspraak:

Landelijke invoering is technisch verantwoord, maar zal resulteren in een complexe – en daarmee tijdrovende – manier van werken voor rechtbankmedewerkers. Bovendien is de verwachting dat er nog een flinke investering nodig is en dat de beheerskosten relatief hoog zijn. Oracle, het platform waarop digitaal procederen is gebouwd, kan maar een beperkte periode worden gebruikt omdat de leverancier stopt met de doorontwikkeling ervan. Omdat het digitaal procederen in het bestuursrecht op hetzelfde platform is gebouwd zal ook hier het systeem niet verder worden uitgebouwd. 

De afgelopen jaren is door advocatenkantoren, deurwaarderskantoren, branche en beroepsvereninigingen zoals de NOvA, KBvG en SNG alsook de vele ICT en softwareleveranciers hard gewerkt aan zowel de operationele als technische realisatie. De impact is dan ook niet gering en roept nog vele vragen op. Eerder vandaag werden de leveranciers van het aansluitpunt reeds door de Rechtspraak persoonlijk geinformeerd. Het persbericht benoemd de volgende consequenties.

Dit besluit heeft geen invloed op de digitale procedures die al zijn opgeleverd in de rechtsgebieden toezicht, straf en bestuur. Die blijven gewoon in gebruik. Bij de rechtbanken Gelderland en Midden-Nederland blijft digitaal procederen in handelsvorderingen verplicht. Voor deze arrondissementen is immers ten behoeve van de pilot wetgeving ingevoerd. Hierdoor wijkt het procesrecht bij de 2 rechtbanken af van dat van de rest van het land. Het streven is om deze ongelijkheid zo snel mogelijk op te heffen. De Raad voor de rechtspraak gaat over de ontstane situatie in overleg met de betrokken rechtbanken, de minister van Justitie en Veiligheid en ketenpartners, zoals de orde van advocaten (NOvA) en de beroepsvereniging voor gerechtsdeurwaarders (KBvG). ‘Ik realiseer me dat dit een grote teleurstelling is voor iedereen bij de Rechtspraak, de advocatuur, leveranciers van het Aansluitpunt en anderen die hard hebben gewerkt om digitaal procederen in handelsvorderingen landelijk mogelijk te maken’, zegt Bakker. ‘De investeringen die zij hebben gedaan, zullen zich pas op een later moment gaan terugbetalen. Ik begrijp dat dit ontzettend vervelend is. Van stoppen met digitalisering is echter geen sprake.’

Lees het complete persbericht op de website  van de Rechtspraak: https://www.rechtspraak.nl/Organisatie-en-contact/Organisatie/Raad-voor-de-rechtspraak/Nieuws/Paginas/Nieuwe-ontwikkelingen-rond-digitalisering-Rechtspraak.aspx